Catechetische toespraak ter opening van de heilige en grote vastentijd
† BARTHOLOMAIOS
door de genade van God
aartsbisschop van Constantinopel – het nieuwe Rome
en oecumenisch patriarch
moge de genade en vrede van onze Heer en Verlosser Jezus Christus,
evenals ons gebed, onze zegen en absolutie
met het hele pleroma van de Kerk zijn
* * *
Vol heilige ontroering beginnen we ook dit jaar weer, met Gods zegen, aan de Heilige en Grote Vastentijd, de periode van ascetische strijd, de tijd van vasten en berouw, van nederigheid en gebed, van geestelijke waakzaamheid en broederlijke liefde, met de ogen van ons hart gericht op het levenschenkende Kruis van de Heer, dat ons allen naar het heilige Pasen leidt en de deuren van het paradijs voor de mensheid opent.
De gezegende periode die nu begint, is een gelegenheid om ons opnieuw bewust te worden van de waarheid van de ascese volgens Christus en van haar onlosmakelijke band met de eucharistische verwezenlijking van de Kerk, die in al haar uitingen en dimensies verlicht wordt door het licht en de vreugde van de Verrijzenis. De geest van ascese is geenszins een vreemd element in het christendom, noch het resultaat van dualistische invloeden van buiten de Kerk. Ascese is een andere manier om het christelijke bestaan zelf aan te duiden; zij verbindt het met een absoluut vertrouwen in de goddelijke voorzienigheid, met de onuitputtelijke spirituele vreugde van een aan Christus gewijd leven, met het overwinnen van zichzelf en het schenken van zichzelf, met filantropische liefde en respect voor de hele schepping.
Ascese is geen kwestie van willekeurige keuzes of subjectieve bijzonderheden, maar van onderwerping aan de regel en aan de “universele ervaring” van de Kerk. Zoals gezegd is het een ‘kerkelijk’ en geen “individueel” gegeven. Het leven in de Kerk is ondeelbaar. Berouw, gebed, nederigheid, vergeving, vasten en liefdadigheid zijn nauw met elkaar verbonden en doordringen elkaar. In de orthodoxe traditie bestaat er geen ascese als doel op zich, die altijd leidt tot een overschatting van de individuele inspanning, en neigingen tot zelfrechtvaardiging voedt. De Grote Vastentijd is de geschikte tijd om de Kerk te beleven als plaats en wijze van openbaring van de gaven van Gods genade, altijd als een voorsmaak van de vreugde van de Verrijzenis van de Heer, de hoeksteen van ons geloof en stralend vooruitzicht van “de hoop die in ons is”. Geïnspireerd door God eert de Kerk op zuivelzaterdag de heilige nagedachtenis van de heilige mannen en vrouwen die uitblonken in ascese, en die de gelovigen bijstaan en begeleiden op hun lange ascetische weg. In de arena van de geestelijke strijd hebben we de steun van de drie-ene God, de bescherming van de allerheiligste Moeder van God en Moeder van ons allen, en de voorspraak van de heiligen en martelaren van het geloof.
Authentieke christelijke ascese is de deelname van de hele mens, als spirituele, psychische en lichamelijke eenheid, aan het leven in Christus, zonder de materie en het lichaam te minachten en zonder de spiritualiteit op manicheïstische wijze te reduceren. Zoals geschreven staat, is christelijke ascese uiteindelijk “een strijd niet tegen maar voor het lichaam”, in overeenstemming met de woorden van het Gerontikon: “We hebben niet geleerd om het lichaam te doden, maar om de hartstochten te doden”.
Helaas en ten onrechte wordt christelijke ascese door sommige hedendaagse denkers gekarakteriseerd als een afwijzing van de levensvreugde en als een beperking van de menselijke creativiteit. Niets is minder waar! Ascese, als bevrijding van het hebben en het gehechtheid aan het bezit van dingen en bij uitstek als bevrijding van het ego – van “het zoeken naar het eigen belang”, van “het bezitten van ons wezen” – is de bron en uitdrukking van ware vrijheid. Wat is er waarachtiger dan het verlaten van de gevangenis van het ‘individuele recht’ en de liefdevolle openheid naar de naaste, wat is er waarachtiger dan de ‘goede innerlijke transformatie’ en de trouw in het naleven van Gods geboden? Wat is er creatiever dan vasten wanneer het een algemene levenshouding is en de ascetische en eucharistische geest van de Kerk uitdrukt, wanneer het een ‘gemeenschappelijke oefening’ is en geen individuele prestatie? Wat is er existentieel ontroerender dan berouw, innerlijke bekering, als vitale oriëntatie op de waarheid, herontdekking van de kracht van de goddelijke genade, van de diepgang van het leven in Christus en van de hoop op het eeuwige leven? Het is opmerkelijk dat toen het vroegchristelijke karakter van de Heilige en Grote Vastentijd als voorbereidingsperiode voor de Heilige Doop in de Goddelijke Liturgie van de Verrijzenis , door het ‘ethos van ommekeer’, het leven ervan als ‘tweede doop’ bleef bestaan. Daarom is de periode van vasten en berouw niet somber. Onze hymnen spreken van de ‘lente van de vastentijd’, en de theologie noemt de Grote Vastentijd ‘spirituele lente’ en ‘periode van vreugde en licht’. Dit alles krijgt een bijzondere actualiteit en waarde in het licht van de hedendaagse antropologische verwarring en de nieuwe vervreemding van culturele oorsprong.
Met deze gevoelens en overwegingen, herinneren wij alle kinderen van de heilige Grote Kerk van Christus in het hele rijk van de Heer eraan dat op de dag van de Akathistos-hymne de vieringen voor de 1400e verjaardag van 626 hun hoogtepunt zullen bereiken. Toen werd uit dankbaarheid aan de Moeder Gods voor de bevrijding van Constantinopel van een gevaarlijke belegering, de Akathistos-hymne “staande” gezongen in de heilige kerk van Blachernes. Wij wensen u allen een voorspoedige vasten toe, in ascese en geduld, in dankbaarheid en lofprijzing. Mogen wij, trouw in liefde en geheiligd in de Heer, de weg bewandelen naar de volmaakte vreugde van Zijn stralende Verrijzenis.
Heilige en Grote Vastentijd 2026
† De aartsbisschop van Constantinopel,
vurig bemiddelaar bij God voor u allen.