TOESPRAAK VAN METROPOLIET ATHENAGORAS VAN BELGIE BIJ HET ZEGENEN VAN HET BASILIOSBROOD VAN HET AARTSBISDOM Kathedraal 2026
Door Gods genade zijn wij opnieuw samen voor het zegenen van het Basiliosbrood van ons Heilig Aartsbisdom en om zo de Heer te danken voor de weldaden van het voorbije jaar en om Hem te smeken dat Hij ons in dit nieuwe jaar moge leiden, beschermen en zegenen. Dit heilig gebruik herinnert ons eraan dat wij het nieuwe jaar niet beginnen vanuit menselijke berekening, maar vanuit vertrouwen op God, die de Heer is van de tijden en de geschiedenis.
Het Basiliosbrood is een teken van gemeenschap, van delen en van hoop. Het herinnert ons eraan dat ware zegen niet voortkomt uit bezit of macht, maar uit liefde, nederigheid en dienstbaarheid. Moge dit brood ons aansporen om het nieuwe jaar te beginnen met een zuiver hart en met een vaste wil om dichter bij Christus te leven.
Met dankbare harten richten wij aan het begin van dit nieuwe jaar onze ogen naar de toekomst en ontvangen wij het geschenk van de tijd die ons opnieuw wordt toevertrouwd. Het nieuwe jaar is ons niet gegeven als een lege bladzijde, maar als een heilige ruimte van genade — een tijd van vernieuwing, bezinning en van het hernemen van onze geloofsweg.
Op dit gezegend moment worden wij uitgenodigd om stil te worden en te zoeken naar vrede, stabiliteit en innerlijke rust: niet alleen in de wereld rondom ons, die zo vaak wordt geteisterd door verdeeldheid en geweld, maar allereerst in ons eigen hart. Want waar het hart geen vrede kent, kan ook de wereld geen vrede vinden.
Het begin van een nieuw jaar brengt bij velen goede voornemens met zich mee: om gezonder te leven, om relaties te herstellen, om menselijk sterker te worden. Deze voornemens zijn waardevol, maar ik nodig u uit om dieper te gaan. Laat ons grootste voornemen een geestelijk voornemen zijn: dat wij opnieuw, en met grotere ernst, zouden verlangen om een nieuwe schepping te worden in Christus. Laat dit jaar een tijd zijn van ware innerlijke omvorming, van een hernieuwde relatie met God, met onze naaste en met heel de schepping die ons is toevertrouwd.
Er is geen edeler en geen vruchtbaarder doel voor het nieuwe jaar dan onze liefde voor onze Heer Jezus Christus te verdiepen. Hij is onze welwillende Vader, onze medelijdende Broeder, het ware Licht dat de duisternis verdrijft en de eeuwige Vreugde die niemand ons kan ontnemen. In Hem vinden wij de zin en de vervulling van ons leven. In één woord: Christus is alles.
Nu wij recent het Feest der Lichten hebben gevierd, worden wij geroepen om zelf dragers te worden van dat Licht. Laat ieder van ons een baken zijn in een wereld die hunkert naar hoop en betekenis. Laat daden van vriendelijkheid, barmhartigheid en vergevingsgezindheid uit ons leven voortvloeien als een stil, maar krachtig getuigenis van de levende God die in ons woont. Door onze woorden en onze daden mogen wij meewerken aan het helen van gebroken harten en aan het herstellen van vertrouwen en geloof.
Als orthodoxe christenen blijven wij tenslotte standvastig in ons gebed voor vrede — in het bijzonder voor Oekraïne, Gaza, Syrië en alle plaatsen waar oorlog, onrecht en angst het leven van onschuldigen verwoesten. Moge dit nieuwe jaar een einde brengen aan het geweld, moge gerechtigheid zegevieren en moge God de wereld leiden naar een tijd van eenheid, verzoening en ware vrede.
Dit jaar mogen wij met bijzondere dankbaarheid stilstaan bij een belangrijk jubileum in het leven van ons Aartsbisdom. Na de viering van de 125e verjaardag van de oprichting van onze parochie in Antwerpen, vieren wij dit jaar het honderdjarig bestaan van de Parochie van de Heilige Archistrategen Michaël en Gabriël te Elsene. Dit jubileum is onlosmakelijk verbonden met de oprichting van de Broederschap van Griekse Dames, die in 1926 aan de wieg stond van deze parochie en van het georganiseerde orthodoxe leven in Brussel. Reeds vanaf het begin van de twintigste eeuw ijverden priesters en gelovigen voor een parochieel leven in de hoofdstad, maar het was uiteindelijk onder impuls van Archimandriet Patrikios Konstantinidis dat twaalf gelovige vrouwen gehoor gaven aan de oproep om dit heilige werk op zich te nemen. Door hun eensgezinde inzet, hun wettelijk correcte organisatie en hun vastberaden geloof werd het mogelijk om een kerkgebouw te verwerven en zo de geestelijke fundamenten te leggen van de eerste Griekstalige orthodoxe parochie in Brussel. Hun daadkracht en toewijding blijven tot op vandaag een blijvend voorbeeld van hoe geloof, samenwerking en volharding kerkgeschiedenis kunnen schrijven. Hun inzet beperkte zich niet tot stenen en muren: zij brachten het Evangelie in praktijk door zorg voor armen, migranten, zieken, gevangenen, studenten en gezinnen in nood. Hun werk was een levend getuigenis van christelijke barmhartigheid.
Doorheen de geschiedenis van onze parochies is de rol van de vrouw steeds essentieel geweest. In de Moeder Gods, de Panagia, ziet de Kerk het zuiverste voorbeeld van gehoorzame liefde, van mededogen en van vertrouwen in Gods wil. Ik wens daarom de voorzitster en alle leden van de Broederschap van Griekse Dames hier aanwezig van harte te feliciteren en te danken voor hun blijvende inzet, vandaag ook in samenwerking met Filoxenia, ten dienste van het filantropisch werk van ons Aartsbisdom.
Ook op spiritueel en kerkelijk vlak is dit jaar bijzonder betekenisvol. In 2026 herdenken wij de 1400e verjaardag van de Hymne van de Akathist, een van de meest geliefde en diepzinnige gebeden van onze Orthodoxe Kerk. De oorsprong van deze hymne is verbonden met een van de meest dramatische momenten uit de geschiedenis van Constantinopel. In het jaar 626 bevond de stad zich in een toestand van uiterste nood. De keizer was afwezig, het leger was ver weg, en Constantinopel werd belegerd door een overweldigende coalitie van vijanden.
De verdediging van de stad kwam in handen van Patriarch Sergios, een man zonder militaire ervaring, maar met een diep en onwankelbaar geloof. Dag na dag trok hij met het icoon van de Moeder Gods langs de stadsmuren, biddend en verkondigend dat de stad onder haar bescherming stond. Tegen alle menselijke verwachtingen in werd Constantinopel wonderbaarlijk bevrijd. In een nacht van dankzegging verzamelden de inwoners zich in de kerk van de Moeder Gods en zongen staande — akathistos — een lofzang ter ere van haar die zij erkenden als de beschermster van de stad.
De Hymne van de Akathist bezingt niet alleen de rol van de Moeder Gods in het mysterie van de Menswording, maar ook haar voortdurende nabijheid bij allen die zich in nood tot haar wenden. Tot op vandaag richten wij ons gebed tot haar als de “Aanvoerster die voor ons strijdt”, niet met wapens, maar met de kracht van geloof en vertrouwen.
Het is daarom bijzonder betekenisvol dat de Moeder-Kerk van Constantinopel het jaar 2026 heeft toegewijd aan de Akathist. Ik roep onze priesters op om op vrijdag 27 maart, de vrijdag van de Akathist, deze dienst met bijzondere zorg en plechtigheid te vieren in hun parochies. Tevens nodig ik alle orthodoxe geestelijken en gelovigen uit — tot welk patriarchaat zij ook behoren — om op zaterdag 28 maart samen de Goddelijke Liturgie te vieren in onze Kathedraal. Dit is een moment van gebed en eenheid dat wij niet mogen laten voorbijgaan.
Geliefde broeders en zusters,
Wij kunnen echter niet verzwijgen dat de Orthodoxe Kerk wereldwijd moeilijke tijden doormaakt. Deze realiteit raakt ons diep. Wanneer de Eucharistie, het sacrament van eenheid en liefde, wordt aangewend als een instrument van macht, lijdt het hele Lichaam van Christus daaronder. Vooral de eenvoudige gelovigen ervaren deze breuken met verdriet en verwarring.
De wortel van deze problematiek ligt vaak in een verengde, nationalistische visie op Kerk-zijn. De Orthodoxe Kerk heeft dit nationalisme reeds in de negentiende eeuw expliciet veroordeeld als ketterij en strijdig met haar ecclesiologie. Het wezen van de Kerk is niet gebaseerd op etniciteit of nationale identiteit, maar op het territoriale principe: één Kerk, één eucharistische gemeenschap, één bisschop, binnen welbepaalde geografische grenzen.
Historisch gezien leefde de Orthodoxie in een oecumenische en pluralistische context. Gelovigen identificeerden zich in de eerste plaats als christenen. Nationalisme is een relatief recente ontwikkeling, die de universele roeping van de Kerk heeft vertroebeld en haar getuigenis heeft verzwakt. In onze contreien, binnen de orthodoxe diaspora, streven wij bewust naar samenwerking, harmonie en wederzijds respect, als teken van een levende en volwassen ecclesiologie.
En toch, geliefde broeders en zusters, ondanks alle spanningen en moeilijkheden, mogen wij niet wanhopen. De Heilige Geest blijft werkzaam in de Kerk en schenkt ons ook vandaag duidelijke tekenen van hoop. Zo hebben recent twee nieuw aangetreden orthodoxe primaten het traditionele vredesbezoek gebracht aan het Oecumenisch Patriarchaat en samen met Zijne Alheiligheid Bartholomeos, Oecumenisch Patriarch van Constantinopel, de Goddelijke Liturgie gevierd in de patriarchale kerk van de Heilige Georgios in de Fanar. Het betrof Daniel, de nieuwe Patriarch van Bulgarije, en Johannes, de nieuwe Aartsbisschop van Tirana en geheel Albanië. Deze liturgische communio was een krachtig en zichtbaar teken dat broederlijke ontmoeting, wederzijds respect en dialoog mogelijk blijven, zelfs in moeilijke tijden.
Een bijzonder teken van hoop was ook het historische bezoek van Zijne Alheiligheid de Oecumenische Patriarch Bartholomeos aan Roemenië. Dit bezoek vond plaats in het kader van meerdere gedenkwaardige jubilea: de 140e verjaardag van de toekenning van de autocefalie aan de Orthodoxe Kerk van Roemenië door het Oecumenisch Patriarchaat, de 100e verjaardag van haar verheffing tot Patriarchaat, eveneens verleend door Constantinopel, én de inzegening van de nieuwe patriarchale kathedraal in Boekarest. Deze plechtigheden herinnerden eraan dat de Moeder-Kerk van Constantinopel haar dienst van eenheid blijft vervullen binnen de orthodoxe wereld. De gezamenlijke vieringen en ontmoetingen in Boekarest onderstreepten dat ware kerkelijke volwassenheid niet wordt uitgedrukt in afstand of confrontatie, maar in dankbaarheid, wederzijds respect en trouw aan de canonieke orde van de Kerk.
Het bezoek van de Oecumenische Patriarch aan Roemenië was dan ook een krachtig getuigenis dat broederlijke verbondenheid, historische herinnering en toekomstgerichte samenwerking hand in hand kunnen gaan. Het was een zichtbaar teken dat de Orthodoxe Kerk, ondanks interne spanningen, blijft zoeken naar een weg van communio, verantwoordelijkheid en gemeenschappelijke getuigenis in de wereld van vandaag.
Ook op interchristelijk vlak waren er betekenisvolle momenten. In november bracht Leo XIV een officieel bezoek aan het Oecumenisch Patriarchaat, waarmee hij de vijfde paus werd die op het feest van de Heilige Apostel Andreas de Kerk van Constantinopel bezocht. Dergelijke ontmoetingen zijn geen loutere beleefdheidsbezoeken, maar dragen een diepe symbolische en spirituele betekenis in zich: zij bevestigen de gezamenlijke roeping van christenen om, ondanks historische breuken, samen te blijven zoeken naar eenheid in waarheid en liefde.
In datzelfde kader mocht ook onze eigen pelgrimstocht naar Constantinopel plaatsvinden, samen met Mgr Luc Terlinden, de nieuwe aartsbisschop-primaat van de Rooms-katholieke Kerk in België, vergezeld van vijf katholieke bisschoppen, en van onze kant drie orthodoxe hiërarchen. Dergelijke gezamenlijke pelgrimstochten en ontmoetingen scheppen vertrouwen, verdiepen het wederzijds begrip en versterken het gemeenschappelijk christelijk getuigenis in een wereld die steeds minder vertrouwd is met het Evangelie.
De eenheid van de christenen blijft ons dan ook diep ter harte gaan. Het gebed van onze Heer zelf — “opdat allen één zijn” (Joh. 17,21) — is geen vrome wens, maar een blijvende opdracht. Het is een roeping die ons uitnodigt tot nederigheid, tot geduld en tot een oprechte bereidheid om elkaar te ontmoeten, opdat de wereld moge geloven dat Christus werkelijk door de Vader gezonden is.
Ook in het bredere maatschappelijke en Europese kader mogen wij dit jaar met aandacht en hoop vooruitkijken. Het is niet zonder betekenis dat Cyprus, een land met een diepgewortelde orthodoxe traditie en een lange geschiedenis van beproeving en volharding, gedurende de eerste zes maanden van dit jaar het voorzitterschap van de Europese Unie waarneemt. Dit voorzitterschap herinnert ons eraan dat de stem en de waarden van het christelijk erfgoed — zoals respect voor de menselijke waardigheid, solidariteit, dialoog en vrede — ook vandaag een plaats hebben in het Europese project.
Met vreugde en verwachting zien wij er bovendien naar uit dat volgend jaar Griekenland deze verantwoordelijkheid op zich zal nemen. Voor ons is dit niet louter een institutionele gebeurtenis, maar ook een gelegenheid tot dankbaarheid: Griekenland, dat door de eeuwen heen een drager is geweest van geloof, cultuur en beschaving, kan zo opnieuw bijdragen tot het versterken van de geest van samenwerking en wederzijds begrip binnen Europa.
Wij bidden dat deze voorzitterschappen mogen bijdragen tot meer gerechtigheid, meer solidariteit en meer vrede op ons continent, en dat Europa zijn roeping mag blijven ontdekken als een ruimte waar volkeren niet tegenover elkaar staan, maar elkaar ontmoeten in respect en verantwoordelijkheid.
Deze bijeenkomst is ook de gelegenheid om enkele personen te feliciteren en te danken. Zo zijn er die we gelukwensen bij hun aanstelling tot bepaalde posities in de schoot van ons Aartsbisdom en verwelkomen we de nieuwe leden van de clerus die er het afgelopen jaar bijgekomen zijn. Twee priesters van ons Aartsbisdom mochten de vijftigste verjaardag vieren van hun priesterwijding: Aartspriester Nikolaos Diakostavrianos (Charleroi) en Archimandriet Meletios Webber (Amsterdam). Met droefheid hebben we ook een veel te jonge priester – vader Oleg Karlashchuk – moeten afstaan, die de strijd tegen kanker niet heeft gehaald en voor wie we verder blijven bidden. We vergeten ook zijn vrouw en kinderen niet. Een van onze geliefde priesters verlaat ons omwille van zijn op pensioenstelling, waarbij hij na nagenoeg dertig jaar terugkeert naar zijn gelifd geboorte-eiland Kreta. We zijn ervan overtuigd dat we hem bij regelmaat terug zullen zien, gezien enkele van zijn zonen hun leven hebben ingericht in het mooie Limburg. We richten een bijzonder woord van dank aan vader Diomidis en diens presbytera voor de pastorale taak die hij in Limburg tot een goed eind bracht. Weldra wordt hij opgevolgd door een ervaren priester uit Thessaloniki die de parochie van Beringen zal bedienen. Bovendien heeft de parochie van Houthalen pas ook een nieuwe priester, in de persoon van vader Adamantios. Ons Aartsbisdom telt ook enkele nieuwe parochies, waaronder deze van Peer en Tongeren, respectievelijk voor onze arabofone en oekraïense orthodoxe gelovigen, terwijl de Parochie van de Myrondraagsters in Breda nu ook deel uitmaakt van ons Aartsbisdom.
Weldra kondigen we opnieuw enkele voordrachten aan die u – in het kader van ‘Orthodox Logos’ – worden aangeboden. Ik vraag de priesters er de nodige aandacht voor te hebben en hun gelovigen aan te moedigen er aan deel te hebben.
Anderzijds wordt er verder een voornaam werk geleverd in de schoot van het Theologisch Instituut Apostel Paulus, zowel nederlandstalig en franstalig. Dit biedt de mogelijkheid aan gelovigen om zich te verdiepen in de rijkdom van de orthodoxe theologie en het geestelijk leven. We rekenen anderzijds ook op ‘Filoxenia’ en de ‘Vereniging van Griekse Dames’ voor wat betreft het filantropisch werk van Aartsbisdom.
Laat mij tenslotte een woord van dank richten aan de aanwezig bisschoppen. In het bijzonder bedank ik ook Zijn Excellentie Bisschop Ioakim van Apollonia die me bijstaat in het dienstwerk dat me door de Kerk werd opgelgd. Een bijzonder woord van dank aan Hare Excellentie mevrouw de Ambassadeur van Griekeland, voor haar aanwezigheid en de goede samenwerking. Ook dank ik de priesters en diakens, de archonten en allen die meewerken voor het welzijn van ons Aartsbisdom. Dank ook aan allen die zich vrijwillig inzetten voor zovele aspecten in het leven van de Kerk. Dank aan onze personaliteiten, de overige diplomaten hier aanwezig, de hoge militaire vertegenwoordigers en de verantwoordelijken van de diverse gemeenschappen en verenigingen. Deze laatsten doen een bijzonder werk om de contacten met de roots levend te houden.
Dank aan allen en mijn hartelijkste wensen voor een gezegend jaar 2026!
Dank aan u allen voor uw aanwezigheid!
God beware u allen!